Verkennend adviesgesprek?
Nieuwsgierig naar de leergangen van AOG? Samen kijken wij naar jouw leervraag, ambities en achtergrond. In een persoonlijk gesprek adviseren we je graag.
Plan een studieadviesgesprek
De publieke sector als schokdemper van een ongeduldige samenleving
- Beleid en Publieke Strategie
- 11 mei 2026
Marc Muntinga is docent in de leergang Publieke Strategie en Leiderschap. Onlangs deelde hij voor de module het stuk New Public Brutalism. We raakten nieuwsgierig naar dit concept en gingen met hem in gesprek.
Hoe zou jij de huidige tijd typeren waarin publieke organisaties opereren, in het licht van geopolitieke spanningen, toenemende polarisatie en een politiek die sterk stuurt op zichtbaarheid en effect?
We leven in een tijd van ‘vloeibare crises’, waarbij geopolitieke instabiliteit en binnenlandse polarisatie doordringen tot in de haarvaten van de uitvoering. Publieke organisaties daarmee gemakkelijk verstrikt raken in een politieke dynamiek die voortdurend stuurt op onmiddellijk zichtbaar resultaat, vaak ten koste van de lange termijn.
Dit creëert een paradoxale druk: als overheid moeten we hyper-responsief zijn op de waan van de dag, terwijl de fundamentele vraagstukken juist vragen om rust, diepte en doordenking. De publieke sector fungeert hierdoor steeds vaker als schokdemper van een ongeduldige samenleving. Juist daar leiding aan geven, vind ik in deze tijd betekenisvol en mateloos interessant.
Wat maakte dat het gedachtengoed van New Public Brutalism voor jou op tafel kwam? Was het een poging om iets te duiden wat je al langer zag gebeuren, of juist een reactie op een kantelpunt in deze tijd?
Als emotie de taal van de bestuurder wordt
Het concept New Public Brutalism (NPB) is geïntroduceerd door prof. dr. Mark van Twist. In mijn zoektocht naar duiding helpt dit concept om ontwikkelingen beter te benoemen.
NPB duidt een bestuursstijl die wordt gekenmerkt door bewuste confrontatie, symbolisch geweld en het ondermijnen van democratische instituties via een politiek die sterk leunt op emoties van onvrede, wrok en wij-zij-denken.
We kennen allemaal de (internationale) politici die elementen van NPB gebruik. Van Twist laat zien hoe deze stijl, exemplarisch vertolkt door voorstanders van illiberale democratie, zoals Donald Trump, Victor Orban en ook Geert Wilders zichtbaar wordt.
Zij breken met de rationele tradities van New Public Management en New Public Governance door taal en spektakel als politiek wapen in te zetten. Vertrouwen in instituties wordt daarbij bewust onder druk gezet.
Om weerstand te bieden aan deze ontwikkeling pleit van Twist voor een nieuw repertoire dat verder gaat dan feiten en cijfers. Een benadering die ruimte maakt voor publieke verbeelding, langetermijndenken en een ethiek van kwetsbaarheid.
Wij zijn geen toeschouwers van dit systeem
In het Nederlandse publieke debat wordt de toeslagenaffaire door van Twist aangehaald als een pijnlijk voorbeeld van hoe politieke taal kan verkillen en bestuurlijke verhoudingen kunnen verharden.
Deze vorm van “bureaucratische hardheid” laat zien dat brutalisme niet alleen zichtbaar is in het optreden van luidruchtige leiders, maar ook in de kille routine van systemen die grondrechten schenden onder het mom van procedurele correctheid.
Het illustreert hoe angst voor ‘de fraudeur’ kon uitgroeien tot een praktijk waarin burgers, systematisch buitenspel werden gezet, met grote gevolgen voor het vertrouwen in de overheid.
Een ander treffend voorbeeld is de herintroductie van de term ‘Department of War’ door Trump. Hiermee vervangt hij bewust de eufemistische en moreel neutrale term ‘Defensie’ door taal van rauwe macht en conflict.
Deze actie is geen feitelijke beleidswijziging, maar een brutaal symbool. Het benadrukt expliciet de bereidheid tot geweld en verplaatst het publieke debat van een inhoudelijke discussie over militair beleid naar een emotioneel spektakel waarin kracht en directheid centraal staan.
NPB duidt een verharding die wel allemaal al langer zagen inkruipen in onze systemen. Waar we voorheen spraken over menselijke maat, zien we nu een architectuur van controle die soms bijna ‘brutaal’ onverschillig is voor de individuele casus.
Het is geen incident, maar een structureel kantelpunt waarin de systeemlogica de morele intuïtie verdringt.
Dat raakt ook onszelf, beleidsmakers, adviseurs, bestuurders en professionals die in de ontwikkeling en uitvoering van beleid leidend zijn. Ook al voelen we ons niet altijd aangesproken: wij maken onderdeel uit van het systeem dat deze werkelijkheid mede vormgeeft.
Dit is onze tijd, wij nemen kleine en grote beslissingen die gevolgen hebben voor de levens van burgers. Daarom ga ik met groepen in gesprek over de rauwheid van de impact die beleid kan hebben. Wat betekent het om in deze tijd verantwoordelijkheid te dragen voor beleid, en hoe houd je ruimte voor de menselijke maat zonder naïef te worden over de druk waaronder je werkt?
Waar zie jij dat strategie in publieke organisaties nog echt ruimte creëert om richting te geven? En waar is strategie vooral een manier geworden om externe druk te absorberen en beheersbaar te maken?
Strategie als verdedigingsmuur of gestileerd doormodderen
Uitvoeringstrategie geeft richting, wanneer organisaties de moed hebben om ‘nee’ te zeggen tegen de kortstondige politieke prikkels, ten gunste van publieke waarde op de lange termijn. In veel gevallen is strategie echter verworden tot een geavanceerde verdedigingsmuur: een instrument om externe druk weg te managen en de organisatie te beschermen tegen politieke grilligheid.
Wanneer strategie alleen nog dient om beheersbaarheid uit te stralen, verliest het zijn transformerende kracht. De kunst is strategie levend, adaptief en vitaal te houden.
Strategie is uiteindelijk ook gewoon een vorm van gestileerd doormodderen. De moed hebben om nieuwe dingen uit te proberen en mee te bewegen in wat de huidige tijd vraagt. Juist onder druk vraagt dat om leiderschap en moed.
Is leiderschap niet altijd een kwestie van balanceren tussen duidelijkheid en menselijkheid en zo ja: wat verandert er in dat balanceren onder de huidige druk, en waardoor komt dat?
Tussen regels en menselijkheid
Balanceren is inherent aan leiderschap. Maar onder de huidige druk verstrakt ‘duidelijkheid’ vaak tot rigide procesbeheersing.
De angst voor politieke afbreukrisico’s maakt dat we de menselijkheid, het durven afwijken van de regel, steeds vaker als risico wordt gezien in plaats van als kracht. Doordat de publieke arena genadeloos is geworden voor fouten, vluchten leiders sneller in de veiligheid van het protocol. Echt leiderschap vraagt juist de moed om die kwetsbare ruimte tussen regel en mens open te houden.
We hebben ontzettend veel stille kracht in organisaties, professionals die hier dagelijks mee bezig zijn. Dat vind ik inspirerend en hoopgevend.
Wat in dit eerste deel van het interview zichtbaar wordt, is een publieke werkelijkheid onder druk van snelheid, zichtbaarheid en verharding. Strategie en leiderschap bewegen daarin mee, vaak in spanning tussen bescherming en aanpassing.
Tegelijkertijd is er in organisaties nog veel stille professionaliteit aanwezig: mensen die proberen zorgvuldig te blijven handelen in een context van druk en complexiteit.
Dat brengt een andere vraag naar voren: wat vraagt deze tijd van het handelen van publieke leiders zelf? In het tweede deel verleggen we de focus naar vakmanschap, oordeel en de ruimte tussen regels en werkelijkheid.