Verkennend adviesgesprek?
Nieuwsgierig naar de leergangen van AOG? Samen kijken wij naar jouw leervraag, ambities en achtergrond. In een persoonlijk gesprek adviseren we je graag.
Plan een studieadviesgesprek
De-polarisatie: voorbij de standpunten naar waar het echt over gaat
- Paradoxaal leiderschap
- 15 december 2025
Ivo Brughmans is filosoof, politicoloog en managementconsultant en is gefascineerd door de vraag hoe je tegenpolen kunt verbinden en zo paradoxaal competent kunt worden. Hij publiceerde verschillende boeken over dit onderwerp, waaronder zijn nieuwste boek ‘(De)polarisatie’. Daarnaast is hij kerndocent van de Masterclass Paradoxaal Leiderschap die op 30 maart weer van start gaat. Wij gingen met hem in gesprek over onder andere de veranderende aard van polarisatie en over welke nieuwe inzichten of perspectieven zijn nieuwste boek toevoegt aan het gesprek over verbinding en verdeeldheid.
Polarisatie lijkt een steeds groter en nijpender probleem in onze tijd, maar het is ook een fenomeen dat al eeuwen bestaat, zij het soms anders genoemd en beleefd. Hoe zie jij de evolutie van polarisatie door de tijd heen? Wat maakt de polarisatie van nu wezenlijk anders en wat betekent dat voor de manier waarop we ermee omgaan?
Polarisatie is inderdaad van alle tijden. Het laait vooral op in periodes van grote maatschappelijke verschuivingen en onzekerheid. Het grote verschil is dat polarisatie nu veel onstabieler en onvoorspelbaarder is geworden. Vroeger waren de breuklijnen gekend en redelijk vast (zoals tussen links en rechts, volgens religieuze overtuiging of tussen gemeenschappen). Ze werden vaak gepacificeerd door zuilen die de wereld onder elkaar verdeelden. Nu leven we in een samenleving waar het individu losgezongen is geraakt van deze bindende maatschappelijke structuren, daardoor zwevend is en op zoek naar identiteit, houvast en de geborgenheid van een groep. Het aanbod aan identiteiten is groot. De groepen waar we ons mee identificeren zijn geen gegeven meer, maar een keuze. Een keuze die snel kan wijzigen en sterk beïnvloedbaar is. De alomtegenwoordige media zijn bovendien een enorme katalysator, waardoor snel stemming kan worden gemaakt. Uiteraard zijn er een aantal grote breuklijnen, die te maken hebben met de winnaars en de verliezers van de globalisering. Maar in principe kan elk mogelijk onderwerp, hoe banaal dit ook lijkt, binnen de kortste keren uitgroeien tot de inzet van heftige polarisatie, en dat hoeft niet altijd volgens stabiele breuklijnen te zijn. Zo zag je bij covid een bizarre alliantie tussen radicaal-rechts en alternatief links in hun strijd tegen de ‘dictatoriale overheid’.
Dit betekent dat veel meer dan vroeger het effectief omgaan met polarisatie een opgave voor iedereen is geworden, en dat we dus sterk moeten inzetten op het bij ons allemaal ontwikkelen van kennis en vaardigheden hierover.
Van je eerdere boeken, zoals Paradoxaal Coachen en Paradoxaal Leiderschap, weten we dat je je bezighoudt met het omgaan met (schijnbare) tegenstellingen. Wat maakt je nieuwe boek over (De)polarisatie anders of bijzonder? Welke nieuwe inzichten of perspectieven voegt het toe aan het gesprek over verbinding en verdeeldheid?
Uiteraard hanteer ik hier ook het paradoxale perspectief, namelijk dat onder beide posities altijd een positieve kern ligt, ook onder de meest negatieve en extreme uitingsvormen. En dat je beide kanten van het verhaal nodig hebt om tot een duurzame oplossing te komen. Zo hoeven bijvoorbeeld solidariteit en eigen verantwoordelijkheid of economische groei en biodiversiteit elkaar niet uit te sluiten. Ze vullen elkaar aan en kunnen elkaar zelfs versterken. Er is geen reden om ze als twee posities tegenover elkaar te plaatsen.
Maar het gaat bij polarisatie verder dan deze inhoudelijke waarden waarop we van elkaar verschillen. De sleutel om polarisatie open te breken ligt vaak op een niet-rationeel niveau daaronder, dat niets met de inhoud te maken heeft. Het gaat daarbij over basale drijfveren als erkenning, waardering, gevoel van controle, veiligheid, invloed, imago, reputatie, etc. Dit zijn zaken waar beide partijen niet van elkaar verschillen, maar juist precies hetzelfde willen. En ook daar hoeft het ene niet ten koste te gaan van het andere. Wederzijdse erkenning kan juist versterkend werken. Het is echter wel zaak om tot dat basale niveau door te door te dringen en erkenning te geven aan deze, eveneens legitieme drijfveren. Pas dan kan er een opening ontstaan om weer het gesprek met elkaar het gesprek te voeren over de inhoud.
En in vergelijking met mijn vorige boeken, biedt dit boek naast handvatten op organisatieniveau ook duiding van polarisatie en de hefbomen over hoe je dit aanpakt in de brede samenleving.
We hebben net verkiezingen gehad in Nederland. Verkiezingsdebatten lijken de polarisatie eerder te versterken dan te verminderen. Hoe dragen de huidige vormen van debatteren volgens jou bij aan het uitvergroten van tegenstellingen? Ken je ook voorbeelden van formats die juist dialoog en verbinding weten te stimuleren?
Ik heb het hier ook in mijn boek over. In het gros van de politieke debatten gaat het over het halen van het eigen gelijk en scoren ten koste van de ander. Het zou een verademing zijn als politici in het publieke debat ook zouden luisteren naar elkaars verhaal, waardevolle punten in elkaar visie zouden kunnen onderkennen en daarop verder bouwen, met het oog op het vinden van een betere een meer beklijvende oplossing. Want verschillende strategieën kunnen ook complementair zijn: zoals bijvoorbeeld én preventie én een harde aanpak van criminaliteit. Over wat de juiste balans is, kun je het dan verder met elkaar hebben.
Politici hebben in dergelijke debatten een enorm belangrijke voorbeeldfunctie over hoe we met elkaar ook anders het gesprek kunnen aangaan. Te vaak wint de drang om gelijk te krijgen het van het gezamenlijk streven naar een oplossing. Een gemiste kans, die eraan bijgedragen heeft dat politici en het politieke bedrijf hun eigen geloofwaardigheid hebben ondergraven. Dit is gevaarlijk, want vroeg of laat stellen mensen ook vragen bij de werkbaarheid van het democratische bestel als geheel en krijgen autoritaire leiders vrij spel.
Polarisatie speelt zich niet alleen af in de maatschappij, maar ook binnen organisaties. Hoe herken je polarisatie binnen organisaties en welke rol speelt leiderschap daarin? Wat kunnen leiders doen om verdeeldheid om te buigen naar verbinding en effectieve samenwerking?
Als mensen niet meer met elkaar, maar over elkaar beginnen te spreken, of elkaar stilzwijgend gaan tegenwerken: afdeling A vs. afdeling B of tussen verschillende fracties binnen een team. Polarisatie is binnen een organisatie iets gemakkelijker aan te pakken dan in de brede samenleving, omdat er meer sprake is van een gemeenschappelijk doel, de partijen duidelijker aanwijsbaar zijn en je ook mensen buiten de organisatie kunt zetten als dat nodig is. Als leider ben je ook de bewaker van dat gemeenschappelijk doel, en moet alles wat je zegt of doet in dat licht staan.
In mijn boek ga ik uitgebreid in wat je als leider kunt doen. Maar hierbij al enkele tips. Een algemene is: laat je niet verleiden tot een inhoudelijke discussie, maar kijk steeds wat er onder ligt. Vang vroegtijdig signalen van onvrede op en ga hierover in gesprek. Maak daarbij een onderscheid tussen de oplossing die mensen voorstellen die misschien volledig de bal misslaat, en de onderliggende behoefte of bezorgdheid die ze hiermee impliciet uitspreken en die altijd legitiem is. Als leider is het ook zaak om op een kwetsbare manier je eigen dilemma’s en worstelingen te delen, zoals de spanning tussen empathie en begrenzing of tussen zich duidelijk uitpreken en sensitiviteit betrachten, en daarmee het voorbeeld te geven aan de rest van de organisatie, als een uitnodiging om hetzelfde te doen. Ten slotte moet je als leider vermijden om zelf geen polarisatie te creëren door een eenzijdige koers te varen en zo je eigen weerstand op te roepen of door de onderlinge competitie te sterk aan te wakkeren.
In de proloog stel je dat echte verbinding begint met het erkennen van complexiteit en gelaagdheid, bij onszelf én bij de ander, en dat mildheid, relativering en humor daarbij een belangrijke rol spelen. Tegelijkertijd lijkt het publieke debat steeds harder en gepolariseerde te worden. Iemand zei ooit: ‘We kunnen het niet meer vriendelijk met elkaar oneens zijn.’ Hoe ervaar jij deze ontwikkeling?
Ja, dat maakt het gesprek niet gemakkelijk. Maar vergeet niet dat er vaak maar een klein gedeelte van de mensen helemaal vastzit in extremen. Filosoof en polarisatie-expert Bart Brandsma noemt deze groepen de ‘pushers’ en de ‘joiners’. Met hen zal een gesprek niet veel zoden aan de dijk zetten. De pushers, die de zaak actief opstoken, hebben er zelfs geen baat bij dat er een oplossing wordt gevonden, want ze ontlenen vaak aanzien, status en invloed aan hun positie als vertolker van het ongenoegen. De joiners hebben zich zo sterk geïdentificeerd met een bepaalde koers dat van visie veranderen meteen gezichtsverlies betekent. We moeten onze aandacht dan ook vooral richten op het voeren van het gesprek met de ‘stille’ middengroep, die de spanning en de problemen wel heel sterk voelt, maar zich nog niet helemaal heeft geïdentificeerd met deze of gene oplossing. Door volop de aandacht aan deze groep te geven, vermijden we ook dat de extremen aan beide kanten vrij spel hebben om het midden ‘leeg te eten’.
Tot slot: wat is de grootste misvatting over polarisatie waarvan je mensen graag zou willen bevrijden? En wat zou jouw wens of advies zijn om de broodnodige mildheid en humor juist nu weer meer ruimte te geven?
Over één misvatting heb ik het al gehad, en dat is dat polarisatie over de inhoud gaat. De inhoud is meestal slechts een inwisselbare kapstok voor een dieperliggend gevoel van ongenoegen, de spreekwoordelijke stok om de hond te slaan. Als je denkt dat je de zwartepietendiscussie opgelost hebt, ontstaat er langs dezelfde breuklijnen een polarisatie over de wolf, het klimaat of migratie. Het gaat meestal niet echt over waar het lijkt over te gaan. Dus hoed je om de ander nog eens goed onderbouwd je punt uit te leggen, maar vraag daarentegen wat voor hem hierin zo belangrijk en wat de zorgen hierin zijn. Van vinden naar vragen.
Een tweede misvatting is dat polarisatie iets is van anderen. ‘Wij zijn een al redelijkheid, maar zij daarentegen …’ We zitten echter zelf tjokvol vooroordelen. Alleen zien we die bij anderen beter dan bij onszelf. We worden ook beheerst door dezelfde basale drijfveren als de ander. We kijken misschien neer op iemand die zijn status ontleent aan het lawaai waarmee hij met zijn opgevoerde auto door onze straat scheurt, maar zijn we niet even statusgevoelig, al uiten we het misschien door te pronken met onze goede smaak of onze deugdzaamheid? Bovendien zitten we zelf vol tegenstrijdigheden en projecteren we de kanten die we liever niet bij onszelf zien maar al te graag op anderen. Het begint dus allemaal bij onszelf. Ons daar bewust van zijn, onze eigen ambiguïteit erkennen en omarmen, er met mildheid naar kunnen kijken en er vooral mee kunnen lachen, daar ligt ook de opening naar erkenning van de ander, die daarin in niets van ons verschilt. Dit zijn belangrijke hefbomen binnen ieders bereik om polarisatie aan te pakken.