Een medewerker spreekt je tijdens een overleg onverwacht tegen. Je voelt irritatie opkomen en reageert direct. Je eerste reactie is echter niet altijd de manier waarop je als leider wilt handelen.
Juist in dit soort situaties helpt het om stil te staan bij wat jou typeert en welke patronen jouw gedrag beïnvloeden. Daarom hebben we een oefening ontwikkeld. Je ontdekt wanneer jouw eigenschappen je helpen en wanneer ze je in de weg zitten. Zo leer je bewuster kiezen hoe je wilt handelen als leider.
Deze oefening verloopt in vier stappen:
- Breng jezelf in beeld
- Herken je automatische reactie
- Onderzoek de kracht en de valkuil
- Kies bewust hoe je wilt handelen
Stap 1: breng jezelf in beeld
Je eigenschappen vormen de basis van hoe je naar situaties kijkt en hoe je reageert. Begin daarom met het in kaart brengen van wat jou typeert.
Kies drie eigenschappen die jou goed omschrijven. Denk bijvoorbeeld aan daadkrachtig, betrokken, kritisch, rustig, analytisch, enthousiast, resultaatgericht, geduldig of direct.
Stel jezelf de volgende vragen:
Welke drie eigenschappen typeren jou het meeste?
Noem bij elke eigenschap één situatie waarin je deze eigenschap duidelijk terugzag.
Houd je drie eigenschappen erbij. In de volgende stappen onderzoek je hoe ze zichtbaar worden in je gedrag.
Stap 2: herken je automatische reactie
Je eigenschappen worden vooral zichtbaar op momenten waarop je onder druk staat. Denk daarom aan een recente situatie waarin je onder druk stond.
Wat gebeurde er en hoe reageerde je?
Welke eigenschappen uit stap 1 herken je in jouw reactie, en wat merkten anderen daarvan?
Herken je deze reactie ook in andere situaties, bijvoorbeeld buiten je werk?
Stap 3: onderzoek de kracht en de valkuil
Je hebt nu een eigenschap gekoppeld aan een concrete reactie. Onderzoek vervolgens wat deze eigenschap je brengt én wanneer dezelfde eigenschap minder helpend wordt.
Kies één van je drie eigenschappen.
Wanneer helpt deze eigenschap mij als leidinggevende?
Wanneer schiet deze eigenschap door en hoe merk ik dat in mijn gedrag?
Wat is het effect daarvan op anderen?
Denk bijvoorbeeld aan iemand die sterk resultaatgericht is. Die eigenschap kan helpen om richting en tempo te houden. Tegelijkertijd kan diezelfde eigenschap ervoor zorgen dat je te snel stuurt en anderen minder ruimte geeft.
Stap 4: kies bewust hoe je wilt handelen
Je hebt nu onderzocht wat jou typeert, hoe dat zichtbaar wordt in je automatische reacties en waar een kracht kan doorschieten. De volgende stap is om te bepalen wat je daarmee wilt doen. Vul daarom deze zin aan:
Als leider wil ik iemand zijn die …
Kies vervolgens één concreet gedrag dat je wilt versterken of veranderen.
In situaties waarin …, wil ik voortaan …, zodat …
Waaraan kunnen anderen merken dat ik dit gedrag laat zien?
Maak je voornemen zo concreet mogelijk. Het gaat niet om het veranderen van wie je bent, maar om het bewuster inzetten van wat jou typeert.
Verdieping
Bespreek de uitkomsten met een collega, leidinggevende of medewerker. Onderzoek bijvoorbeeld:
- Welke eigenschappen herkennen anderen bij jou als leider?
- Herkennen zij ook de kracht en de valkuil die jij hebt benoemd?
- Welk gedrag van jou heeft volgens hen de meeste invloed op anderen?
- Wat zouden zij graag vaker of minder vaak van jou zien?
- Wat vraagt dat van jou in je dagelijks handelen?
Van oefening naar verdieping
Met deze oefening heb je niet alleen gekeken naar wie je bent, maar vooral naar hoe jouw eigenschappen en automatische reacties doorwerken in je leiderschap. Zelfinzicht geeft je geen vast antwoord op de vraag wat voor leider je moet zijn. Het geeft je de mogelijkheid om bewuster te kiezen hoe je wilt handelen.
Want leiderschap begint niet bij jezelf veranderen, maar bij jezelf kennen en bewust kiezen wat een situatie van je vraagt.