Verkennend adviesgesprek?
Nieuwsgierig naar de leergangen van AOG? Samen kijken wij naar jouw leervraag, ambities en achtergrond. In een persoonlijk gesprek adviseren we je graag.
Plan een studieadviesgesprek
Esther Klaster: ‘In het onderwijs hebben we elkaars netwerk hard nodig’
- Samenwerken aan Complexe Opgaven
- 12 februari 2026
Wat hebben geiten die rondscharrelen in een weilandje onder een dijk te maken met de AOG-leergang Samenwerken aan Complexe Opgaven? Veel, ontdekken de deelnemers tot hun eigen verrassing tijdens de training die Esther Klaster verzorgt over netwerken en netwerkleiderschap. ‘Met de hulp van mijn eigen geitenkudde maken we een netwerkvisualisatie en die werkwijze blijft goed hangen is mijn ervaring.’
Esther Klaster werkt als adviseur en procesbegeleider regionale en bestuurlijke samenwerking in het onderwijs en heeft overal in het veld contacten. ‘Mijn eigen netwerk in het onderwijs is mijn bestaansrecht! Wat het onderwijs kenmerkt is de nadruk op zowel sociale als bestuurlijke netwerken. Bestuurders rouleren regelmatig waardoor het informele netwerk heel sterk is. Ons kent ons betekent dat deze netwerken redelijk laagdrempelig zijn en weinig hiërarchisch. Er blijft niet snel een deur dicht. Tegelijkertijd is er sprake van een zekere schroom om hulp te vragen buiten je eigen cirkel. Docenten die bijvoorbeeld voor doorlopende leerlijnen of praktijkgerichte programma’s moeten gaan samenwerken met het bedrijfsleven vinden het vaak lastig om een bedrijf te benaderen. Ik raad dan aan om toch buiten je eigen context op zoek te gaan naar mensen die even met je willen meekijken. Een directe collega beschikt over dezelfde informatie als jij. Juist iemand uit een andere context kan je dan verder helpen en wees nou eerlijk: als iemand van een andere school of een bedrijf je vraagt om te sparren, is dat toch gewoon leuk en zelfs misschien een beetje vlijend?’
Een geitennetwerk onderaan de dijk
Esther begint haar eerste dagdeel altijd met de vraag waarmee deelnemers netwerken associëren. ‘Door mijn geitenkudde te observeren in hun onderlinge contacten en interactie heb ik een netwerkvisualisatie gemaakt. Die laat ik zien en dan vraag ik wat opvalt. Zo komen we samen tot de essentie van wat de sociale netwerktheorie inhoudt en ondertussen ontdekken de deelnemers hoe hun eigen netwerk in elkaar zit.’ Na deze vliegende start maken de deelnemers kennis met allerlei aspecten van netwerken en netwerkleiderschap aan de hand van hun eigen casuïstiek. ‘Tijdens reflectieopdrachten en spelvormen leren deelnemers rollen binnen netwerken van elkaar te onderscheiden en hun eigen bijdrage te herkennen. Ik heb bijvoorbeeld een netwerkleiderschapspel dat meer inzicht verschaft in hun eigen netwerkkwaliteiten en handelingsrepertoire.’
Verschillende rollen binnen elk netwerk
Binnen ieder netwerk bestaan er verschillende rollen van netwerkleiderschap, vervolgt Esther: ‘In de literatuur vindt er een discussie plaats over de vraag hoe je een netwerkleider definieert. Is een netwerkleider iemand die boven de partijen staat of heeft een netwerk helemaal geen echte leider? Wat je het liefst wilt zien is gedeeld eigenaarschap, waarbij verschillende leden een bepaalde rol van netwerkleiderschap op zich nemen. Zo heb je mensen nodig die de koers uitzetten en mensen die gaan verkennen. Maar ook mensen die de onderlinge coördinatie verzorgen en mensen die zich bezig houden met de interactie, de ontmoeting en de spelregels. Deelnemers ontdekken zo hoe die rollen in hun eigen netwerk zijn verdeeld. Heb je veel verkenners, maar niemand die de koers uitzet? Of heb je juist vooral strategen die zich richten op de stip op de horizon zonder oog te hebben voor tussentijdse veranderingen of voortschrijdend inzicht?’
Valkuilen vermijden
Netwerkleiderschap kent ook de nodige valkuilen. ‘Het netwerk moet een collectief blijven en dat is een enorm precair proces. Als er bijvoorbeeld te veel rollen worden belegd bij één persoon of een klein groepje, dan wordt dat een soort centraal bureautje. Wat kan gebeuren is dat zo’n groepje – of soms zelfs een persoon – met de beste bedoelingen taken naar zich toetrekt om de voortgang erin te houden. Als jij je stinkende best doet voor het netwerk, kan het zomaar zijn dat je het verwijt krijgt dat het netwerk niet meer van ons allemaal is. De opdracht voor netwerkleiders is dan ook: blijf soms even op je handen zitten. Dan kan het zijn dat er vertraging ontstaat en anderen in actie moeten komen. Wat je dan juist niet moet doen is zelf de gaten dichtlopen, want dan komt er geen beweging.’
Bestuurlijke drukte
Het onderwijsveld wordt gekenmerkt door het grote aantal georganiseerde netwerken, vervolgt Esther. ‘Het wemelt van samenwerkingsverbanden in het onderwijs en dat leidt tot grote bestuurlijke drukte. Bestuurders geven aan dat ze elkaar telkens tegenkomen rondom dezelfde thema’s. De vraag is in hoeverre deze overlap meerwaarde oplevert of dat het beter is om thema’s aan elkaar te koppelen of projectleiders bij elkaar te zetten. Welke rol pak je binnen zo’n netwerk? Welke stijl gebruik je en is dat anders dan in je eigen organisatie? Door te reflecteren op hoe je opereert in zo’n netwerk, wat je rol is en je handelingsrepertoire, ontdek je wat je nodig hebt om jezelf verder te ontwikkelen. En dat is belangrijk want de vraagstukken binnen het onderwijs – en ook in bijvoorbeeld de zorg – worden steeds complexer en zijn niet meer op te lossen binnen één organisatie. Steeds meer mensen moeten zich verhouden met andere partijen binnen en buiten het onderwijs en doen dat vaak op basis van hun eigen intuïtie en ervaring. Als we het daarover hebben tijdens de leergang, realiseren deelnemers zich vaak dat ze wat ze al op gevoel deden nu kunnen onderbouwen. En dat geeft zekerheid en comfort. Of ze begrijpen waarom ze steeds tegen dezelfde dingen aanlopen. Juist die verdieping kan tot inzicht leiden.’
Samenwerken en vertrouwen
Samenwerken vraagt om vertrouwen en is essentieel binnen netwerken. Esther: ‘Dat vertrouwen zit deels in de afspraken die je samen op papier zet, maar je moet elkaar vooral ook iets gunnen. Vertrouwen is er niet vanaf dag één, maar ontstaat door met elkaar samen te werken, door contacten over en weer, formeel en informeel. Door te laten zien dat je zelf een betrouwbare samenwerkingspartner bent, dat je loyaal bent en je best doet voor de ander. Zo leidt samenwerking tot vertrouwen en andersom. Wat binnen het onderwijs dan weer helpt is dat je vaak elkaars taal spreekt en begrijpt hoe ingewikkeld de vraagstukken zijn. En dat je elkaar nodig hebt. Een muurtje bouwen rondom je eigen school of stichting en alles zelf willen doen, daar red je het niet meer mee in deze tijd.’
Cadeautje
Bij de start van Esthers module hebben de deelnemers er vaak echt zin in. Ze kennen elkaar al een beetje, hebben goed geslapen en lekker ontbeten. Esther: ‘Ik zie ze dan heel energiek binnen komen en zo gaan ze na afloop ook weer naar huis. Ik hoor vaak voortdurend lachsalvo’s en merk dat ze met elkaar meedenken en geïnteresseerd zijn in elkaars casuïstiek. En eerlijk gezegd is deze training ook voor mij een cadeautje, omdat ik zelf ook veel van de deelnemers leer.’