Verkennend adviesgesprek?
Nieuwsgierig naar de leergangen van AOG? Samen kijken wij naar jouw leervraag, ambities en achtergrond. In een persoonlijk gesprek adviseren we je graag.
Plan een studieadviesgesprek
Hoe het denken over complexe vraagstukken verschuift: kerndocent Ruben van Wendel de Joode
- Samenwerken aan Complexe Opgaven
- 24 februari 2026
In de reeks ‘Hoe het denken over… verschuift’ onderzoeken we samen met onze kerndocenten hoe inzichten binnen verschillende vakgebieden veranderen. Wat zien zij in de praktijk gebeuren, welke nieuwe vragen dringen zich op en welke denkrichtingen bieden houvast voor de toekomst? Deze keer spreken we met Ruben van Wendel de Joode, kerndocent van de opleiding Samenwerken aan Complexe Opgaven.
Wat is de klassieke manier van denken binnen jouw vakgebied?
Een klassieke opvatting is dat ieder vraagstuk een duidelijke oplossing heeft. Mits wij een goede analyse doen, kunnen wij het vraagstuk oplossen.
Wat is er veranderd en waarom? Wat heeft deze verandering aangejaagd? En wat zouden gevolgen van deze verandering kunnen zijn?
Wij realiseren ons steeds meer dat er vraagstukken zijn die wij niet kunnen overzien. Vraagstukken waarvan wij geen analyse kunnen maken en waarmee wij vervolgens het vraagstuk kunnen oplossen. Deze realisatie komt, denk ik vanuit twee richtingen:
- Wij hebben voldoende ervaring met oplossingen die leiden tot heel onverwacht uitkomsten. Uitkomsten die vooraf niet bedacht waren en die misschien wel het vraagstuk hebben vergroot. De neiging is dan om te denken dat de analyse niet goed was. Maar het kan ook zijn dat er iets anders aan de hand is.
- In de natuurwetenschappen is het begrip complexe adaptieve systemen al enige decennia gemeengoed. De lessen en de inzichten uit dat complexiteitsdenken doen steeds meer hun intrede in de sociale wetenschappen. Vanuit dat denken, leren wij over o.a. emergentie: spontane en vaak onverwachte uitkomsten. Emergentie zorgt ervoor dat oorzaak en gevolg niet vooraf te overzien zijn. In complexe systemen is daarom iets anders nodig.
Dat onze standaardaanpakken niet meer werken voor complexe, maatschappelijke vraagstukken, is spannend. Iets complex noemen, is niet voldoende. Het mag geen excuus zijn om niet aan de slag te gaan. We zullen vanuit de praktijk en vanuit de wetenschap aan de slag moeten. We moeten allereerst handelingsrepertoire ontwikkelen: hoe pakken wij complexe opgaven aan? Boeken als De logica van de lappendeken en Samenwerken aan maatschappelijke opgaven bieden dergelijk handelingsrepertoire. Meer is nodig.
We hebben nieuwe manieren van meten en leren nodig. Als we oorzaak en gevolg niet kunnen begrijpen, dan hebben wij andere manieren nodig om het resultaat van ons handelen te kunnen begrijpen. Er lijken hierbij kansen voor het gedachtegoed als de Theory of Change. Dit heeft echter verdere ontwikkeling nodig.
Een derde belangrijke ontwikkeling die nodig is, is het ontwikkelen van bijpassende taal. Taal die rationeel klinkt en die houvast biedt voor iedereen die aan complexe opgaven werkt. Bij eenvoudige opgaven kunnen we analyse doen, vinden we oplossingen en kunnen we kpi’s formuleren. Deze taal klinkt goed en geeft zekerheid. Deze woorden en deze aanpak werken niet bij complexe opgaven; maar wat dan wel? We weten dat kleine stappen zetten, leren en bijsturen, werkt in complexe systemen. Maar we zijn daarmee ook ontvankelijk voor kritiek. Hoe wapen je op kritiek die ongeveer als volgt klinkt ´Je weet niet wat de oplossing. Je doet maar wat. Heb je het vraagstuk wel goed onderzocht? Het is toch simpel….’ Kunnen we taal vinden die meer houvast biedt?
Als we deze stappen kunnen zetten, dan zal het ook makkelijker worden om samen te werken aan maatschappelijke opgaven.
Daarnaast hebben maatschappelijke opgaven ook hele nieuwe manieren van samenwerken nodig. Samenwerkingsverbanden met veel actoren, samenwerkingen die de grenzen van het eigen domein overstijgen, samenwerkingen die heel diverse soorten actoren verbindt. We leren steeds meer en beter hoe we samenwerken in allianties en partnerships, maar velen van ons zijn niet gewend om samen te werken in netwerkstructuren of platformen waarin partijen elkaar niet zo goed begrijpen, waar deelname veel losser is, waar grenzen niet vast staan, waar geen van de partijen het voor het zeggen heeft. In deze vorm van samenwerken, blijven acties en resultaat onverminderd belangrijk, maar is er geen stuurgroep die daarop toeziet. Ze hebben een andere logica en andere vormen van sturing of regie nodig.
Fascinerend toch?’