‘Dertig jaar World Wide Web: een feest met een rouwrand’ was onlangs de kop boven een artikel in de Volkskrant. Is het werkelijk zo verschrikkelijk gesteld met het internet? Jarenlang waren we dolblij met de mogelijkheden van het wereldwijde web, maar is het geworden wat we ervan hadden verwacht, vraagt kerndocent Leiderschap bij Digitale Transformaties Marco Derksen zich af. “Hoogleraar Jan van Dijk was al in de jaren negentig heel kritisch op de digitale ontwikkelingen en noemde toen al de risico’s waar we vandaag mee te maken hebben. Internet is niet kapot, maar heeft wel te kampen met een ernstige weeffout. De vraag is nu: hoe gaan we die fout fiksen?”

“Dertig jaar geleden overheerste de euforie. De kansen met internet leken onbegrensd. Inmiddels hebben de hooggespannen verwachtingen plaatsgemaakt voor realisme en een gevoel van ongemak. Netwerkeffecten hebben ervoor gezorgd dat we met z’n allen steeds meer dezelfde toepassingen op internet zijn gaan gebruiken, waardoor er te veel macht is komen te liggen bij een beperkt aantal tech-bedrijven. Er is altijd een kleine groep gebruikers geweest die zich hiertegen heeft verzet en alternatieve toepassingen heeft gebruikt. Zo maak ik zelf gebruik van Signal, maar 99% van mijn contacten zit nog op WhatsApp. Jan van Dijk noemt dat dit het netwerkeffect en waarschuwde al veel eerder voor de risico’s. Hij heeft gelijk gekregen: het internet wordt nu gedomineerd door de commerciële monopolies Facebook, Apple, Microsoft, Google en Amazon, oftewel FAGMA.”

Opgesloten in onze filterbubbel

“Ondertussen zijn wij onze invloed kwijtgeraakt. We bepalen niet zelf wat we te zien krijgen, maar zitten opgesloten in onze eigen filterbubbel. We zien alleen nog wat tech-bedrijven ons voorschotelen op basis van de informatie die we zelf prijsgeven op internet. Daardoor neemt de polarisatie toe: denk aan de tweets van Donald Trump, de chaos van de Brexit en de manier waarop schandalen rondom bekende personen worden uitvergroot. Clubs als Cambridge Analytica maakten hiervan handig gebruik. Mensen komen tegenover elkaar te staan en baseren hun standpunten louter en alleen nog op wat ze op Twitter en Facebook hebben gelezen. Het is nauwelijks mogelijk om onderscheid te maken tussen objectieve berichtgeving en fake news. De gevolgen zijn soms verschrikkelijk: in India vinden er lynchpartijen plaats puur en alleen op basis van geruchten in Whatsapp-groepen.

Nu is het verspreiden van valse geruchten niet nieuw. Denk maar terug aan hoe tijdens de burgeroorlog in Rwanda valse radioberichten leidden tot slachtpartijen. Misbruik maken van nieuws om chaos te creëren is van alle tijden. Het probleem van internet is dat de schaal waarop het gebeurt veel groter is dan vroeger. En niet alleen dat: de manier waarop berichten zich via internet verspreiden is zo goed als onzichtbaar. We zien alleen onze eigen filterbubbel, niet die van een ander. Ook blijkt nu dat geruchten steeds vaker via gesloten online omgevingen als Messenger en WhatsApp worden verspreid.”

Weeffout herstellen

“Betekent dit het einde van internet? Zeker niet, de internettechnologie gaat ons nog veel goeds brengen. Het probleem is de weeffout: het eigenaarschap van data en daarmee het gebrek aan privacy. Die weeffout kunnen en moeten we samen fiksen. Zo is de uitvinder van het internet, Tim Berners-Lee, begonnen met Solid (een afgeleide van ‘social linked data)’, waarmee hij de manier waarop webapplicaties werken radicaal wil veranderen door mensen eigenaar te maken van hun eigen data. In Nederland doen we iets soortgelijks met het initiatief Public Spaces. Deze onafhankelijke stichting wil het publieke domein in de online omgeving versterken. Via het platform PublicSpaces.net zijn de ontwikkelingen te volgen.”

Digitale kluis op je mobiel

“Een van deze ontwikkelingen is de app IRMA: een concreet voorbeeld van hoe je kunt voorkomen dat je je privégegevens weggeeft. Iedereen kent het gemak van inloggen op een website via Facebook. Heel gemakkelijk, maar je geeft wel je data weg die vervolgens massaal worden verkocht. IRMA is een decentrale, digitale kluis op je mobiel waarin je je persoonlijke gegevens opbergt. Als je moet inloggen op een website van bijvoorbeeld de gemeente Nijmegen, geeft IRMA alleen de gegevens af die nodig zijn om jou te identificeren als inwoner van de gemeente. Meer niet. Zo’n initiatief heeft alleen kans van slagen als heel veel partijen meedoen: scholen, gemeentes, bibliotheken en publieke omroepen. Bovendien moet het heel gebruikersvriendelijk zijn: het alternatief moet minstens zo handig zijn als inloggen via Facebook, anders gebruiken mensen het niet.”

Wees je bewust van de risico’s

“Ik vind het heel belangrijk dat iedereen zich bewust wordt van de weeffout op het internet en leert wat ze daaraan kunnen doen, zowel privé als in hun eigen organisatie. Dit onderwerp is dan ook een belangrijk onderdeel van onze leergang Leiderschap bij Digitale Transformaties van AOG School of Management. Bewustwording is de eerste stap: denk goed na over hoe je binnen je organisatie omgaat met het verzamelen en bewaren van data. Besef hoe groot het risico is dat jouw centrale database wordt gehackt met alle gevolgen van dien. Ik zou het fantastisch vinden als bestuurders zich meer bewust worden van zowel de gevaren die nu spelen als van de kansen om er iets aan te doen. Bijvoorbeeld door zich aan te sluiten bij Public Spaces.”

0 antwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *