De vooruitgang voor zijn.

Boudewijn Steur - Pasfoto BZK - Lach - Groot

5 vragen aan alumnus Boudewijn Steur, leergang Strategisch Programmamanagement

Programmadirecteur ‘Strategie en Kennis Covid-19’ bij het DG Samenleving en Covid-19 van de Rijksoverheid Boudewijn Steur heeft deze dagen aan reuring geen gebrek: hij is – met veel anderen – bezig met het bestrijden van de gevolgen van de coronacrisis. Sinds mei vorig jaar is hij gedetacheerd bij het Programma DG Samenleving en Covid-19. Vanuit die rol denkt hij na over hoe we de zomer het best kunnen doorkomen en over het herstel van Nederland daarna. De kennis en vaardigheden die hij geleerd heeft tijdens het volgen van de leergang Strategisch Programmamanagement komen daarbij goed van pas.

1. Wat zijn naar jouw idee belangrijke vaardigheden om programmamanagement op strategisch niveau vorm te kunnen geven?

“Voordat ik de opleiding deed, was ik al programmamanager. Dat ging goed, maar ik kende nog niet de theorie die er achter dat vak zit.” Lachend: “het spreekwoord over klokken en klepels was van toepassing op hoe ik mijn werk toen aanpakte. De opleiding heeft me geleerd om vanuit de theorie het beschikbare instrumentarium voor programmanagement veel bewuster in te zetten. Als programmamanager moet je in staat zijn om zonder functionele machtsbasis partijen tot elkaar te brengen. Regie voeren zonder macht, om het mooi te zeggen. Dat is zowel uitdagend als moeilijk. Ga er maar aanstaan om mensen zover te krijgen dat ze de dingen doen die jij hebt uitgedacht. Daar heb je overtuigingskracht voor nodig, een goede inhoudelijke onderbouwing en zeker ook charisma. Charisma is vooral aangeboren, maar je kunt het ook een beetje leren.”

2. Hoe heeft de leergang van AOG School of Management je geholpen?

“Het heeft me echt enorm geholpen om een theoretisch kader te krijgen. Ik leerde dat er verschillende stromingen in project- en programmamanagement zijn met bijpassende instrumenten over alle fasen van een project heen. Ieder heeft zijn eigen stijl. Je hebt, wat ik noem, ‘blauwe mensen’, die puur uitgaan van planning en control, maar ook meer ‘gele of groene mensen’, die vooral voor verbinding en creativiteit gaan. Ik ben meer van de geelgroene school, maar heb veel respect voor andere stijlen. Een belangrijk inzicht is ook dat je niet overal goed in hoeft te zijn. Ieder heeft z’n eigen talent en daar kun je een beetje mee spelen. Uiteindelijk gaat het om het definiëren van gemeenschappelijk belang.”

Benieuwd naar de opleiding Strategisch Leiderschap?

Als verantwoordelijke voor strategie zijn de ogen op jou gericht. Hoe stuur je de organisatie in een toekomstbestendige richting, als de kaders fundamenteel onzeker en onvoorspelbaar zijn?

3. Welke module staat je het meeste bij en waarom?

“De module waar ik meteen aan denk is die waar het ging over de mutual gains-benadering. Deze theorie gaat ervanuit dat je moet zoeken naar gemeenschappelijke belangen. Om tot een gedeeld belang te komen, moet je eerst een aantal lagen afpellen. In de bovenste laag lijkt het soms of er door partijen alleen tegengestelde dingen worden geroepen. Dan moet je naar de laag eronder, die van de onderliggende waarden, en op dat niveau het gesprek voeren. Op die manier kun je veel van elkaar leren en soms op één lijn komen. Soms kom je er ook op die manier niet uit, maar zelfs dan heb je veel gewonnen. In mijn huidige rol moet ik me tot allerlei partijen verhouden, bijvoorbeeld met een vraag over wanneer de dierentuinen in verband met corona weer open mogen. Daar spelen veel meer belangen dan dat het virus in de openlucht minder kans heeft nieuwe besmettingen te veroorzaken. Dan moet ik echt op zoek naar wat er onder de tegengestelde meningen allemaal speelt om te kijken of we tot een oplossing kunnen komen. De mutual gains-aanpak bewijst dan goede diensten.”

4. Heb je een voorbeeld van wat je echt anders bent gaan doen in je werk na het volgen van de opleiding?

“In mijn huidige rol als programmadirecteur werk ik eigenlijk niet volgens de regels van het programmamanagement. Maar als ik nu een programma zou moeten aansturen, dan zou ik veel bewuster feed back loops inbouwen tijden de uitvoering. Dat is van belang, omdat de wereld om ons heen steeds verandert, en daar moet je in je programma iets mee. Ik herinner me een programma dat ik een tijd geleden deed, in het begin van de coronaperiode. Dat had niet direct met corona te maken, maar terugkijkend had ik feed back of een early warning moeten inbouwen, waardoor ik had kunnen zien hoe we daarop in hadden kunnen spelen. Nu duurde het best lang voor het project zo gekanteld was dat we op corona konden inspelen en dat was jammer.”

5. Zou je de leergang aanbevelen aan anderen? Zo ja, waarom?

“Ja, absoluut! Ik ben ervan overtuigd dat je een prima programmamanager kunt zijn zonder deze opleiding, maar dat je een bétere programmamanager wordt als je de opleiding wél doet. Je wordt je er meer bewust van waarom je de dingen op een bepaalde manier doet en dat geeft je meer grip op je programma. Gedurende de opleiding had ik dat nog niet zo in de gaten, maar in de eindfase besefte ik, dat ik ontzettend veel heb geleerd.”

Op de hoogte gehouden worden?

Elke maand sturen we nieuw gepubliceerde kennisartikelen en houden we je op de hoogte van (gratis) inspiratiesessies en relevante informatie over onze academische opleidingen.