De vooruitgang voor zijn.

Blog

Janne Visser studeert cum laude af

Leven Lang Leren in de praktijk

Toen ze zich in 2012 inschreef voor de leergang Bestuurlijk Leiderschap wist ze nog niet dat het haar zou lukken om voor haar 60ste haar masterdiploma te halen. In 2016 slaagde ze hier wel in. En hoe: Janne Visser, in het dagelijks leven organisatieadviseur van de Hanzehogeschool Groningen, voltooide niet alleen het Flexibel Academisch Masterprogramma, maar deed dat cum laude. Hiervoor krijgt ze op 16 maart tijdens de Masters of Leadership 2017 de AOG School of Management Cum Laude Award uitgereikt. 

Altijd blijven leren is een van de drijfveren van Janne Visser. Als medewerker van de Hanzehogeschool Groningen is ze ervan doordrongen hoe belangrijk onderwijs is. Niet alleen voor jonge mensen die zich voorbereiden op hun toekomst, maar voor iedereen. Ze laat graag zien dat leren niet stopt als je een diploma op zak hebt. “Niets inspireert een mens meer dan leren. Je haalt je met zo’n mastertraject naast je werk heel wat op je hals, maar het is absoluut de moeite waard.”

Topbaan

Na een loopbaan in de psychiatrie trad Visser 23 jaar geleden in dienst bij de Hanzehogeschool als adviseur kwaliteitsmanagement. Daarna werd ze directeur van een businessunit en vervolgens teamleider van het stafbureau HR. “Ik had een dubbelfunctie als leidinggevende en als organisatieadviseur. Die twee kanten van het werk, het advieswerk en het leidinggeven, gingen elkaar bijten. Ik werk nu alleen nog als organisatieadviseur en dat vind ik echt een topbaan. Ik kan me volledig concentreren op de inhoud. Zo zijn we nu bezig met een organisatieanalyse. Daarvoor hebben we ruim tweehonderd mensen geïnterviewd. Het interessante van zo’n opdracht is dat je verschillende perspectieven op tafel krijgt. Van daaruit tracht je een gewenste veranderbeweging te schetsen op basis van gemeenschappelijke beelden. Dat is gelukt: we hebben een nieuw, ambitieus strategisch plan, dat we willen realiseren in 2020 met, bij voorkeur, minder werkdruk.”

Op zoek naar onderbouwing

Visser was nog teamleider toen ze zich oriënteerde op een opleiding. “Ik was op zoek naar een academische onderbouwing van mijn werk en zocht het vooral in de bestuurlijke hoek. Verder wilde Ik mijn scope verbreden en zocht een leergang die aansloot bij mijn werk. Ik wilde ook leren van mensen van buiten mijn eigen organisatie. De Hanzehogeschool is een zeer inspirerende plek om te werken, maar het is goed om nieuwe ideeën op te doen bij mensen uit heel andere bedrijven en branches. De eerste leergang die ik bij AOG School of Management volgde voldeed in alle opzichten aan mijn verwachtingen. Met die eerste groep heb ik nog steeds contact: we organiseren leuke reünies met altijd een inhoudelijk thema.”

Altijd vragen waarom

De leergang Bestuurlijk Leiderschap sloot ze af met een mooie negen. “Toen heb ik besloten dat ik het hele mastertraject wilde volgen. Dat is mede mogelijk gemaakt door mijn werkgever. Ik heb gekozen voor de leergang Meesterschap in Adviseren; ook een leergang die goed paste bij mijn werk, zeker in mijn rol als organisatieadviseur.” Beide leergangen hebben haar veel gebracht. “Het was fantastisch om dit te mogen meemaken en de ruimte te krijgen om zelf nieuwe stappen te zetten in mijn ontwikkeling.” Ze genoot van de colleges. “Ik ben een nieuwsgierig mens, ik wil altijd weten of iets klopt en waarom dan. Ik ben tijdens de colleges ongetwijfeld een ‘dramkont’ geweest, altijd gericht op méér willen weten. Wat ik ook heb geleerd is ‘stilstaan’ voor ik in de actiemodus schiet. Ik ben heel servicegericht van aard en ben snel geneigd in te gaan op een vraag zonder altijd de opdracht al scherp te hebben. En daarmee verspilde ik veel energie. Tijdens de leergangen heb ik geleerd dat het verstandiger is om eerst stil te staan en goed na te denken voor ik ga doen.”

Een onderwerp dat je triggert

Na de tweede leergang wist ze niet meteen waarover ze de afsluitende thesis zou schrijven. “Ik dacht eerst aan een onderwerp dat gerelateerd is aan mijn werk, maar dat voelde als een herhaling van zetten en saai. Over dat onderwerp had ik al eerder geschreven. Toen ik erover sprak met Philip Wagner, mijn begeleider, gaf hij mij wijze raad. ‘Kies een onderwerp dat je triggert, waar je persoonlijk warm voor loopt,’ zei hij. Als geboren en getogen Groninger maak ik me al heel lang boos over wat er gaande is rondom de aardbevingen. Ik besloot onderzoek te gaan doen naar hoe bestuurders van het maatschappelijke middenveld, werkzaam in het aardbevingsgebied, erin slagen om te gaan met deze problematiek: vanuit hun functie wél verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van al die mensen en tegelijk geen invloed hebben op de besluitvorming rond de gaswinning.”

Begaan met de aardbevingsproblematiek

De titel van haar afstudeerscriptie is ‘Niets boven, veel onder Groningen.’ Ze was vooral geïnteresseerd in de sociale impact van de aardbevingen op bewoners en bestuurders en voerde intensieve gesprekken, onder andere met bestuurders van zorginstellingen, schoolbesturen en woningbouwverenigingen. Visser: “De bestuurlijke vraagstukken van de aardbevingen zijn groot en raken deze bestuurders direct. De consequenties ervan voor de mensen waarvoor zij verantwoordelijk zijn, zijn enorm. Neem een school: het gebouw is van de gemeente maar het schoolbestuur is verantwoordelijk voor alles wat binnen de schoolmuren gebeurt. Toch hoor je deze bestuurders nauwelijks in het maatschappelijke debat. Er wonen 150.000 mensen in het aardbevingsgebied en die hebben er elke dag last van. Het blijkt dat de bestuurders zich wel stevig bezighouden met dit onderwerp maar teveel ieder vanuit de eigen organisatie. De verkokering is nog te groot. Daardoor maken ze samen geen vuist naar de NAM en overheden. Het zou naar mijn mening beter zijn om het maatschappelijk debat te verbreden, de schotten tussen de sectoren weg zien te krijgen. Praat liever samen over de voorzieningen in een dorp of stad dan over alleen een school of een zorginstelling.”

Willen bijdragen aan het maatschappelijk debat

De tegenstelling tussen de macht van de overheid en de NAM tegenover de kennelijke onmacht van de bestuurders van het maatschappelijke middenveld raakt haar. “Ik heb mijn hele leven in de provincie Groningen gewoond en het maakt me boos en machteloos dat deze situatie jarenlang ongelimiteerd kan doorgaan. De thesis was voor mij ook een manier om die machteloosheid om te zetten in een bijdrage aan het maatschappelijke debat. Ik hoop dat bestuurders mijn bevindingen ter harte nemen en bijvoorbeeld meer gaan samenwerken.” De passie en bevlogenheid voor het onderwerp hebben haar vleugels gegeven. “Ik heb er veel meer tijd aan besteed dan de uren die ervoor staan. Dat komt omdat ik het goed wilde doen. Het moest allemaal kloppen. Ik vind het een rijkdom om de kans te hebben gekregen om op deze manier toegepast wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. En het resultaat mag er zijn: mijn passie en gedrevenheid maar natuurlijk ook het keurig doorlopen van de stappen om te komen tot een wetenschappelijke thesis, hebben ervoor gezorgd dat ik nu deze award mag ontvangen.”

Geïnspireerd door Janne? Lees meer over ons Flexibel Academisch Masterprogramma of bezoek de Masters of Leadership 2017 op 16 maart 2017!

Op de hoogte gehouden worden?

Elke maand sturen we nieuw gepubliceerde kennisartikelen, houden we je op de hoogte van nieuwe opleidingen en geven we af en toe korting op evenementen.