Interview Jeroen van Deel – Filosofie in organisaties

‘Het is de taak van hoger onderwijsinstellingen om hun studenten te leren om zich kritisch te verhouden tot ideologische paradigma’s en kaders, juist ook tot de kaders waarbinnen ze zichzelf op dat moment bevinden,’ betoogt Jeroen van Deel. (Het essay werd in verkorte vorm geplaats op Science Guide: https://www.scienceguide.nl/2022/03/leer-studenten-zich-kritisch-tot-neoliberale-ideologie-te-verhouden/)

Jeroen van Deel

Jeroen van Deel is strategisch adviseur bij NHL Stenden Hogeschool. Voor de Leergang Filosofie in Organisaties van AOG School of Management schreef hij als visiedocument het essay ‘Het meisje met de ballon. Beschouwingen over de neoliberale vrijenmarktsamenleving en het hoger onderwijs.’ De inleiding over het belang van en de bedreigingen voor de open samenleving blijkt inmiddels actueler dan ooit. We spraken Jeroen over de verbinding tussen economie en filosofie, zijn ervaringen met de leergang en de aanleiding voor zijn essay.

‘Jeroen, waarom kiest een strategisch adviseur eigenlijk voor een leergang Filosofie?’

Als strategisch adviseur hoop ik mensen te kunnen helpen met het behouden of krijgen van een breed perspectief op zaken. Zoals onderwijspedagoog Gert Biesta het zo mooi zegt: ‘door je eigen ogen kijken vanuit een positie die niet de jouwe is, of in een verhaal dat sterk verschilt van het jouwe, om zo een gemeenschappelijke wereld te creëren’. De filosofie kan daarbij helpend zijn.

In het verleden heb ik al twee andere leergangen bij AOG gedaan, dat heeft me veel nieuwe inzichten en inspiratie opgeleverd. Een collega van mij heeft twee jaar geleden de leergang Filosofie in Organisaties gedaan en was hier heel enthousiast over. Ik heb altijd al graag meer willen weten over filosofie, maar was daar nooit aan toegekomen. Deze combinatie van filosofie en een koppeling met het dagelijks werk in een organisatie vond ik erg interessant.

‘Met welke vragen stapte je de eerste dag binnen?’

Oe, ik had eigenlijk niet hele concrete vragen of doelen. Het was vooral nieuwsgierigheid. Meer in het algemeen: ik heb een strategisch adviserende rol binnen onze hogeschool. Vanuit mijn positie kan ik met net wat meer afstand naar vraagstukken in de organisatie kijken en daardoor soms een ander perspectief inbrengen. Ik hoopte dat de kennis over filosofie in de leergang mij zou helpen om anders tegen dezelfde vraagstukken aan te kijken en daarmee vooral ook anderen te kunnen helpen in hun denken en besluitvorming, door het stellen van andere vragen en meerperspectivisch kijken.

Ik heb de leergang dan ook ervaren als een sleutel tot een enorme schatkist aan kennis en inzichten waarvan ik wel wist dat die bestond, maar waar ik nu ook zelf toegang toe heb. Mijn boekenlijst is de komende jaren weer gevuld. Wat me bovendien echt aan het denken heeft gezet was het college van Edgar Karssing, hoogleraar filosofie, beroepsethiek en integriteitsmanagement. Hij vertelde over Adam Smith, die we natuurlijk vooral kennen van The wealth of nations. En die wordt gezien als een belangrijke grondlegger van het kapitalisme.

‘Maar dat blijkt dus genuanceerder, of niet?’

Ja, dat klopt. Wat lang niet iedereen weet is dat Smith een eerder boek schreef, The theory of moral sentiments. Smith was professor in de moral philosophy in Glasgow, hij gaf les over theologie, ethiek, recht en politieke economie. De vrije markt ging voor hem hand in hand met een ethische benadering. Het beeld dat ‘greed is good’-kapitalisme op het conto van Smith is te schrijven klopt dus echt niet. We zijn het veel genuanceerdere beeld uit het oog verloren. Dit was voor mij wel een eye opener, de economie heeft de filosofie nodig!

‘Uiteindelijk heb je in je visiedocument die verbinding tussen economie en filosofie ook onderzocht, waarbij je hebt gekeken naar de plek van en de rol voor het hoger onderwijs daarin. Waarom heb je daarvoor gekozen en wat is volgens jou de kern van het essay?’

Ik ben van huis uit econoom en ben werkzaam in het hoger onderwijs. Ik wilde in mijn visiedocument graag de link leggen tussen mijn oorspronkelijke vakgebied economie, de filosofie en mijn werkomgeving. Mijn essay gaat over de neoliberale vrijemarktsamenleving en het hoger onderwijs in relatie tot de open samenleving. Ik onderzocht de hypothesen of dit politiek-economische paradigma de open samenleving bedreigt en of er een rol is weggelegd voor het hoger onderwijs in het borgen van die open samenleving. Dit doe ik aan de hand van denkers als Karl Popper, Hannah Arendt, Erich Fromm, Thomas Biebricher en Gert Biesta. Het is een artikel geworden waarin ik niet pretendeer oplossingen aan te dragen, maar wel hoop aan te zetten tot denken.

‘Aanzetten tot denken, dat is een mooie! Wat hoop je verder dat het los maakt bij de lezers?’

In de waan van de dag nemen we zaken vaak voor vanzelfsprekend aan, en dat is wat mij betreft onterecht. Toen ik het essay schreef had ik niet kunnen voorzien hoe actueel de inleiding over het belang van (en bedreigingen voor) de open samenleving, aan de hand van Karl Popper (The open society) en Hannah Arendt (Totalitarianism), zou blijken te zijn. Ik kan iedereen aanraden deze twee boeken te lezen, want de recente geopolitieke ontwikkelingen laten helaas weer zien hoe kwetsbaar de open samenleving is en dat we haar nooit voor vanzelfsprekend mogen aannemen. Als mensen zich daar bewuster van worden door het essay te lezen…’

‘In je artikel betoog je dat het de taak van hoger onderwijsinstellingen is om hun studenten aan te leren zich kritisch te verhouden tot ideologische paradigma’s en de kaders waarbinnen ze zich bevinden. Hoe kun je als onderwijsinstelling die taak vervullen? Wat is daarvoor nodig? En wat kunnen andere organisaties leren van deze reflecties?’

Dat is een lastige. Zoals ik al zei draag ik geen oplossingen aan. Ik hoop aan te zetten tot denken en het gesprek hierover binnen het onderwijs. Dat gesprek vindt overigens ook zeker plaats hoor, onder andere burgerschap is een belangrijk thema in het onderwijs. Met een meer filosofische benadering hoop ik een interessante invalshoek toe te voegen aan dit gesprek.

De reflectie op de open samenleving, het neoliberalisme en ideologieën meer in het algemeen is niet specifiek voor het onderwijs. Dit geldt voor de samenleving als geheel en daar heeft iedere organisatie natuurlijk zijn eigen rol en positie in. Het moeilijke van dergelijke vraagstukken is dat ze heel complex en veelomvattend zijn. Als individu, of als organisatie heb je al snel het gevoel er geen invloed op te hebben, omdat je maar een klein radertje in het grote geheel bent. Maar het begint met bewustzijn wat mij betreft. Ik hoop dat mijn essay daar een kleine bijdrage aan kan leveren.

Op de hoogte gehouden worden?

Elke maand sturen we nieuw gepubliceerde kennisartikelen en houden we je op de hoogte van (gratis) inspiratiesessies en relevante informatie over onze academische opleidingen.