De vooruitgang voor zijn.

Blog

Hoe een leraar in hart en nieren bestuursvoorzitter werd

Na 42 jaar onderwijservaring neemt bestuursvoorzitter Romain Rijk afscheid van Stichting Carmelcollege. Hij kijkt met plezier terug op zijn onderwijsjaren en op de serie van zeven leiderschapsconferenties die hij samen met AOG School of Management op touw zette. Een portret van een bevlogen leraar die bestuursvoorzitter werd.

 

 

Dat Romain Rijk het onderwijs in zou gaan, was nooit een vraag, maar altijd een zekerheid. Zijn vader was leraar Frans en werd later eerst conrector en daarna rector. Op één na zaten al zijn ooms in het onderwijs. Er was geen sprake van een andere beroepskeuze dan leraar voor Romain. 42 jaar later constateert hij dat hij een goede keuze heeft gemaakt: “Ik heb al die jaren met veel plezier in het onderwijs gewerkt.” Hij wist dus al jong dat hij leraar zou worden. In welk vak hij zou gaan lesgeven kwam wat hem betreft op de tweede plaats: het ging in eerste instantie om het vak van leraar. “Mensen die het onderwijs in willen adviseer ik altijd om te kiezen voor het vak van leraar. Leraar is je beroep, het vak dat je geeft is je specialisatie.” Als rasechte alfa wilde hij aanvankelijk net als zijn vader Frans gaan geven, maar op advies van zijn vader koos hij voor Engels. “De Mammoetwet kwam eraan waardoor Frans een keuzevak zou worden. Engels leek daarom een zekerder keuze.”

 

Van Rotterdam naar Deventer via Gouda

Zijn eerste schreden op het pad van leraar zette hij op zijn oude school in Rotterdam, waar zijn vader op dat moment rector was. “Dat was het Sint Franciscus College, een ouderwetse katholieke jongensschool. Mijn vader was er de eerste lekenrector. Voor hem waren er altijd paters geweest als rector. Ik ging er na mijn kandidaats in 1975 lesgeven en heb daar twee jaar geproefd aan het vak van leraar. In 1977 vertrok hij naar Gouda waar tot 1988 werkte als leraar Engels op het Sint Antonius College, dat later onderdeel van Carmel zou worden. In 1988 werd hij conrector voor de bovenbouw en roostermaker. “Ik heb in die periode leren leidinggeven en heb de school heel goed leren kennen. Je merkt dan dat er altijd wel iets aan de hand is. Mensen willen een ander lokaal, een ander rooster, een andere klas. De rector gooide me in het diepe en ik heb er heel veel van geleerd.”  Na vier jaar stapte hij over naar het Geert Groote College in Deventer waar hij in 2000 een grote fusie met twee andere scholen tot stand bracht: een enerverende tijd. “In die periode was er veel discussie over zwarte en witte scholen en ook in Deventer ontstond er een tweedeling waar ik niet achter kon staan. Daarom heb ik me hard gemaakt voor de fusie tot het Etty Hillesum Lyceum.” Vijf jaar lang werkte hij als voorzitter van de centrale directie van de nieuwe school totdat het tijd was voor een nieuwe stap: hij werd in 2005 lid van het bestuur van Stichting Carmelcollege, een jaar later voorzitter.

 

Cultuur van Carmel

De cultuur van de Carmel-scholen wordt deels bepaald door een zekere lichtvoetige ontspannenheid, vindt Rijk. “We zijn Bourgondisch ingesteld, we gaan goed met elkaar om, met humor en op een familiaire, niet-hiërarchische manier.” Met die instelling is hij met het leidinggevend en bestuurlijk topkader van Carmel begonnen aan de serie op maat gemaakte leiderschapsconferenties bij AOG School of Management. “We wilden goede voorbeelden met elkaar delen en een gemeenschappelijk gevoel laten ontstaan. Thema’s die aan de orde kwamen waren zeer divers. We hebben gesproken over modern bestuur en bestuurlijk samenspel, over organisatiebewustzijn en visievorming, over ethiek en zingeving en goed bestuur en – ook heel interessant – over macht, invloed en vertrouwen. En tussendoor was er steeds volop tijd om te praten, te wandelen en te dineren met een goed glas wijn erbij. Want dat hoort er ook bij. Al met al was het een mooi in-company-traject dat we samen met Durk Piet de Vries en Philip Wagner namens AOG School of Management hebben opgezet.”

 

Vertrouwen in elkaar

Tijdens de conferenties was Romain vooral degene die observeerde. “Ik houd ervan om vanaf de zijlijn naar het team te kijken, ik ben naast de inhoud vooral geïnteresseerd in wat er tussen mensen gebeurt, hoe iedereen zich ontwikkelt. De nadruk lag op wie we samen zijn, op wat ons verbindt. Ook in tijden van grote verandering, waarin de accenten verschuiven, delen we dezelfde waarden en hetzelfde speelveld. We geloven binnen Carmel in subsidiariteit: we leggen de verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie neer. Ieder van ons draagt zelf verantwoordelijkheid. Dat kan alleen als je vertrouwen hebt in elkaar en als je bij elkaar betrokken bent. Daar hebben we tijdens deze conferenties ook aan gewerkt.”

 

Onvervangbaarheid van de leraar

Wat voor hem al die jaren overeind is gebleven is de positie van de leraar en de verbondenheid tussen leraar en leerling. “Het gaat er niet in eerste instantie om dat je de stelling van Pythagoras kunt uitleggen, maar om de relatie die jij opbouwt met je leerlingen. Een leraar is een leeg begrip zonder leerlingen. En een leerling is geen leerling zonder leraar. Ze zijn een ondeelbaar geheel. Ik geloof niet in onderwijs waarbij de leraar niet meer is dan een begeleider van een leerproces. De leraar is een essentieel onderdeel van het leren. En natuurlijk heb je daarbij veel aan de mogelijkheden die de ICT ons biedt, maar ICT is een middel, geen doel op zich. Een middel om meer maatwerk mogelijk te maken. De ICT kan nooit de leraar vervangen.”

 

Sjoelbak verbouwen

Hij zou graag zien dat er meer maatwerk in het onderwijs ontstaat. “Een havo 3-klas is geen homogene groep. Leerlingen verschillen van elkaar. Sommige kunnen een vak aan op een hoger niveau, anderen weer niet. Ik zie het huidige onderwijssysteem als een sjoelbak: als je eenmaal in een bepaald vakje zit, kom je er niet zo gemakkelijk meer uit. Laten we de sjoelbak eens flink verbouwen zodat leerlingen kunnen leren op hun eigen, vaak meerdere niveaus. Zodat ze de kans krijgen om hun talenten naar boven te laten komen. En laten we dan meteen meer doen met een groen in plaats van een rood potlood. De neiging in het onderwijs is zo groot om alleen te wijzen op wat leerlingen verkeerd hebben gedaan. Leerlingen die een vijf of een vier te veel hebben en blijven zitten, moeten alle vakken overdoen. Dat is toch verspilling van tijd en talent? Om nog maar te zwijgen over wat dit doet met de motivatie van leerlingen. Natuurlijk moeten ze weten wat er beter kan, maar je weet toch dat je een vis nooit kunt leren om in een boom te klimmen, hoe veel rode strepen je ook zet. Help leerlingen liever om te doen waar ze wel goed in zijn, zodat ze hun talenten kunnen ontplooien.”

 

Herder en zijn kudde

Nu de laatste leiderschapsconferentie achter de rug is en hij na de zomervakantie het stokje heeft overgegeven aan zijn opvolgster, is het juiste moment aangebroken om te vragen hoe hij zijn eigen leiderschap ziet. Hij ziet zich als de herder in de kudde. “Ik hoef als leider niet steeds zichtbaar te zijn en voor de troepen uit te lopen. Ik loop liever rond in de kudde zelf, zodat ik kan zien wat er gaan de is. Ik ben een herder met een stok om de weg te wijzen en soms te slaan. En ik heb een slimme herdershond die de boel bij elkaar houdt en – als dat nodig is – gemeen kan bijten.”

 

Dit interview is in oktober 2017 gepubliceerd in alumnimagazine Broerstraat 5 van de Rijksuniversiteit Groningen.

Op de hoogte gehouden worden?

Elke maand sturen we nieuw gepubliceerde kennisartikelen, houden we je op de hoogte van nieuwe opleidingen en geven we af en toe korting op evenementen.