Psychologie in organisatiesSociaal psychologe Pieternel Dijkstra werkt als docent, auteur en onderzoeker en is gespecialiseerd in interpersoonlijke relaties: hoe gaan mensen met elkaar om in het dagelijks leven? Ze vindt het belangrijk dat wetenschappelijke kennis terecht komt bij mensen die er in de praktijk ook echt iets mee kunnen: “Binnen organisaties draait het namelijk niet alleen om structuren en werkprocessen, maar vooral om mensen. Daarom is psychologische kennis een must voor iedere manager.”

“Wetenschappelijke kennis is wat mij betreft te veel voorbehouden aan hoogleraren in hun ivoren torens. Het lijkt wel alsof de theorie en de praktijk twee gescheiden werelden zijn: na hun afstuderen worden mensen door de waan van de dag vaak heel praktisch en oplossingsgericht. In veel organisaties worden daardoor beslissingen genomen op basis van onderbuikgevoelens. Wat te weinig gebeurt is dat beslissingen worden onderbouwd vanuit theorievorming en wetenschappelijke kennis. Zo gaan managers vaak enthousiast mee met trends en hypes, zonder zich af te vragen of zo’n ontwikkeling wel past bij de mensen en de organisatie. Ze lezen iets, hebben een aanname en schieten meteen in de oplossing, zonder de situatie te analyseren. Soms is het juist beter om iets niet te doen. Je hoeft niet mee te gaan met elke trend. Door kritisch te denken en de nodige psychologische theorieën en inzichten in je rugzak te verzamelen leer je om het kaf van het koren te scheiden.”

Gezonde vragen van mondige mensen

“Mensen worden mondiger: werknemers, patiënten en leerlingen willen weten waarom ze iets moeten doen. Dat zijn gezonde vragen die passen bij deze tijd, waarin statusverschillen steeds meer verdwijnen en je als manager moet kunnen onderbouwen wat je verwacht en waarom. Psychologische kennis helpt je daarbij. Nu denken managers vaak dat ze medewerkers best goed kunnen inschatten en begeleiden, maar uit onderzoek weten we dat mensen de neiging hebben zichzelf schromelijk te overschatten. Die overschatting geeft een prettig gevoel: als je denkt dat je ergens goed in bent, houdt dat je happy en tevreden met jezelf. Maar als je denkt dat al je aannames waar zijn, kom je altijd uit bij hetzelfde. De vraag is of je op die manier de beste beslissingen neemt.”

Zelfdeterminatie

“In de sociale psychologie werken we met verschillende theorieën die in de praktijk van een organisatie van pas komen. Zo gaat de theorie van de zelfdeterminatie ervan uit dat mensen bepaalde psychologische basisbehoeften hebben. Als je mensen wilt motiveren of als je wilt dat ze zich happy voelen in hun werk, dan moet je de context van het werk op die behoeftes laten aansluiten. Mensen hebben bijvoorbeeld in meer of mindere mate behoefte aan autonomie: ze willen tot op zekere hoogte zelf kunnen bepalen wat ze wanneer doen. Maar als je in een callcenter werkt, waar je dag tot op de minuut is ingeroosterd, heb je helemaal geen autonomie. Dan zit je in een keurslijf van resultaatgerichtheid en efficiency. Dat zal een organisatie aanvankelijk financieel voordeel opleveren, maar die manier van werken is gedoemd te mislukken, omdat mensen volledig afhaken. Regels worden bedacht met de beste bedoelingen, maar vaak worden de gevolgen op menselijk niveau niet gezien.”

Maak het concreet, houd het klein

“Wat ik ook wel zie, is dat managers de positieve gevoelens van mensen willen versterken. Een mooie insteek uit de positieve psychologie, die helaas vaak doorslaat. Werknemers móeten plezier hebben in hun werk, ze moeten bevlogen zijn en zich voortdurend blijven ontwikkelen. Dat lijkt positief, maar in werkelijkheid geef je mensen de boodschap dat ze niet goed genoeg zijn, waardoor je je doel voorbijschiet. Ik adviseer daarom vaak om concreet te maken wat je verwacht. Maak het klein en geef zelf het goede voorbeeld. Als je bijvoorbeeld het nieuwe werken invoert, krijg je mensen pas echt mee als je er zelf ook aan meedoet. Ga je als manager in een eigen kantoor zitten, is dat bepaald niet motiverend voor je medewerkers om het nieuwe werken te omarmen.”

Durf te twijfelen

“Psychologische kennis helpt je ook om anders naar je zelf te kijken. Om te zeggen: misschien heb ik het wel mis. Misschien klopt mijn aanname niet. We zijn gewend om de ratio belangrijk te vinden, maar soms nemen we ons eigen denken te serieus. Cognitieve diffusie betekent dat je je eigen aannames altijd voor waar aanneemt. Dat vind je zo normaal, dat je er niet eens bij stil staat. Ik probeer managers zover te krijgen dat ze gaan twijfelen. Neem eens afstand van je eigen denken. Laat die automatische piloot los en durf toe te geven dat je iets niet weet. Dat houdt je scherp. Overigens is er geen weg terug. Als je eenmaal hebt geleerd om je bewust te zijn van je eigen denken en de manier waarop je naar situaties kijkt, dan kun je dat niet meer niet zien. Dat is confronterend, maar ik gun mensen dat ze hun ogen op tijd openen en niet pas als ze zijn opgebrand of in een verregaande crisis verkeren. Psychologische kennis kan je helpen om te voorkomen dat het zover komt. Ook daarom is deze kennis een must voor iedere manager.”

Dr. Pieternel Dijkstra verbonden aan AOG School of Management als kerndocent van de leergang Psychologie in Organisaties. Wilt u ook uw psychologische kennis uitbreiden om uw beslissingen beter te kunnen onderbouwen? Anders kijken naar uw eigen aannames en denkpatronen? Download dan de brochure van de leergang Psychologie in Organisaties.

 

0 antwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *