John Lasschuit

Wuwei en Semco: strategisch niks doen kan lonen

John LasschuitEen man gaat na afloop van zijn werkdag terug naar huis. Hij wil daartoe de bus nemen, maar bij de halte staat een lange rij mensen al te wachten, en de bus die eraan komt is al helemaal vol. Hij besluit dan maar te gaan lopen naar de volgende halte. Daar is de situatie hetzelfde. Dus hij loopt weer de 400 meter verder. Maar ook daar, een lange rij wachtenden. Ondertussen heeft hij nog twee volgladen bussen langs zien komen, en besluit dan ook om naar huis te lopen. Het is maar 2 kilometer, dus het kan makkelijk.

Thuis aangekomen zegt hij tegen zijn vrouw: “Ik heb goed nieuws: ik heb 2 euro uitgespaard door achter de bus aan te lopen, in plaats van de bus te nemen.” Waarop zijn vrouw antwoord: “Ook stom. Als je achter een taxi had aangelopen had je 16 euro bespaard!”

Uw eerste reactie zal zijn: grappig. Maar het is niet alleen grappig. Als je erover nadenkt blijkt deze reactie niets meer dan een gevolg te zijn van ons westerse denken waarin we schijnen vergeten te zijn dat iets niet-doen altijd een optie is. Besparen door iets niet te doen, door niet-handelen, door niet-ingrijpen en de zaken hun natuurlijke verloop te laten gaan.

In 2005 gaf Ricardo Sempler een presentatie aan het MIT over hoe hij Semco leidt. Semco is het bedrijf dat hij 25 jaar daarvoor van zijn vader had overgenomen, en direct volledig omgevormd heeft van een ‘command-and-control’ organisatie naar een volledig ongestructureerde organisatie. Semco kent geen functies, hiërarchie, afdelingen en dergelijke. Alleen maar mensen die al dan niet willen samenwerken. Zonder directe sturing of leiderschap.

Aan het eind van het de presentatie, in de vragenronde, geeft Sempler het zelf al aan: veel tijd besteed hij aan iets niet-doen en daarin verschilt Semco van vrijwel alle andere bedrijven én is het zo uitermate succesvol. Voor degenen die Semco niet kennen: in de pakweg 30 jaar dat Ricardo Semco leidt, heeft Semco, een Braziliaans bedrijf, per jaar gemiddeld 27% groei doorgemaakt ook in de economisch zeer slechte periodes die Brazilië in die tijd doorgemaakt heeft.

Iets niet-doen en daardoor geld besparen. Het klink zo onlogisch, maar het is het niet. Te veel worden wij in ons Westerse denken en in onze Westerse organisaties, ongeacht of dit op het Rijnlandse model of Anglo-Saksische model gebaseerde organisaties zijn, gedreven door de premisse dat we altijd íets moeten doen om ons aan de veranderende omstandigheden aan te passen. De wereld is in beweging en we moeten hard werken om met die beweging in pas te blijven.

We geloven pas in onszelf als we de hele dag druk bezig te zijn om iets te doen, of, als dat even niet mogelijk is, alvast te gaan praten of na te denken over wat we gaan doen. Ledigheid is des duivels oorkussen, en de ultieme vorm van ledigheid, niet-doen, is uit ons denken verbannen. Daardoor geeft in onze maatschappij alleen de gedachte al aan iets doen ons het gevoel nuttig te zijn. En zien we andersom het nietsdoen als verwerpelijk.

In het oude China, zo’n 3000 jaar geleden (1000-900 v Chr) kenden ze het begrip niet-doen wel: wuwei. Het niet-ingrijpen. Volgens de oude wijzen van China was dat het karakter van de natuur: door niet ingrijpen waren er seizoenen, regende het of kon de zon schijnen, was het warm of koud, kon de natuur zijn gang gaan, konden rivieren stromen, planten en bomen groeien, dieren en mensen leven, kortom: kon de aarde zich steeds verder verbeteren . Wel ingrijpen zou deze voortgaande bewegingen onherstelbaar teniet doen. Niet ingrijpen is niet hetzelfde als stilstand, het is volgens de Chinese wijsheid ook een activiteit!

De dao ( De Weg, of Het Leven) bestaat er volgens de Daodejing immers in constant, zonder motivatie, zonder doel en zonder ingrijpen actief te zijn (wu-wei). In dit denken is ook niet-doen een activiteit en dus geen ledigheid. Het is het op zijn beloop laten gaan ervan uitgaand dat een enkele mens, of een groep mensen, niet is staat is de totale natuur of omgeving te bevatten en dus evenmin in staat is door in te grijpen deze op een juiste manier (zonder onvoorziene schadelijke gevolgen) bij te sturen.

Mogelijk door Confucius, of in ieder geval door het latere Confucianisme, die meer de filosofie van de rede en het wel-doen volgde, is het niet-doen in de vergetelheid geraakt. Immers, het Confucianisme ging ervan uit dat de natuur overzichtelijk gemaakt moest worden voor de eenvoudige mensen, en dat er regels en wetten nodig waren om deze een optimale samenleving te laten vormen. Zonder sturing, en dat is ingrijpen, geen maatschappij.

Het is redelijk te veronderstellen dat het deze gedachtengang is die later is opgepakt door de Griekse wijsgeren (Socrates, Plato) waar onze Westerse maatschappij op gebaseerd is. Ook omdat zij zich in hoge mate afzette tegen de Sofitische beweging die als tegenhanger van het Confucianisme was ontstaan (en later in het oude Griekenland de ‘mythos’ verdedigden tegenover Socratisten voor wie de ‘rede’ het enige was).

Maar tijden veranderen. Misschien moeten we juist nu eens teruggrijpen op de ‘anarchistische’ meer Sofistische filosofie van Wunengzi (ca 350 na Chr) die ervoor pleitte om weer terug te keren naar een maatschappij gebaseerd op de principes van wu-wei (niet-ingrijpen) waarbij voor hem de voornaamste reden was om de mens weer terug in verbinding met de natuur te brengen.

Om af te stappen van het Confuciaanse uitgangspunt dat de wereld bestaat uit heersers en dienaren en dienaren hun diensten verschuldigd zijn aan de heersers. En dat dienaren, omdat het eenvoudige mensen zijn, door middel van wetten en regels maakbaar gemaakt moeten worden aan de maatschappij. Dat is de filosofie waarop vrijwel alle westerse organisaties nog steeds gebaseerd zijn: het management (de heersers) en de werknemers (de dienaren). En waarin geen ruimte is voor niet-doen.

Semler heeft ingezien dat het omschakelen naar het gedachtengoed van Wunengzi een veel bestendigere organisatie oplevert dan al onze westerse, op confuciaanse principes gehanteerde structuren. Semco is ongelooflijk succesvol en alleen daarom al zouden veel meer organisaties hier naar moeten overschakelen. De afgelopen 40 jaar hebben laten zien dat het Confuciaans denken uiteindelijk alleen maar verliezers oplevert, het wordt tijd om over te schakelen naar een systeem dat bijna alleen maar winnaars kent.

Links:

“De kapitale kracht van geluk” – VPRO Tegenlicht: http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2012-2013/Semler.html – uitzending 4 februari 2013

“Leading by Omission” – MIT TechTV Edu : http://techtv.mit.edu/videos/16044-leading-by-omission – opgenomen in 2005

“Wunengzi – Nietskunner” Het taoïsme en de bevrijding van de geest – Jan de Meyer – ISBN 978-90-457-0449-4 uitgeverij Augustus

 

Dit bericht is een bijdrage van  John Lasschuit. John Lasschuit is Kwalitist. Een Kwalitist wil organisaties laten inzien dat de maatschappij verandert en echte kwaliteit voor afnemers en medewerkers het belangrijkste criterium wordt om voor producten te kiezen of te bepalen waar zij willen werken. Daarover schrijft hij regelmatig en is hij veel te vinden op social media om te discussiëren. Keywords: cöoperatief kapitalisme, slow management, netwerkorganisatie, Rijnlands, HRM3.0, het echte Nieuwe Werken, de Nieuwe Norm.

Deel deze pagina
Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someone
The following two tabs change content below.
AOG School of Management
AOG School of Management biedt in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen toonaangevende (master)opleidingen op het gebied van bedrijfskunde, general management, HRM, talentontwikkeling en marketing.
AOG School of Management

Laatste berichten van AOG School of Management (toon alles)

1 antwoord
  1. Ronald Wopereis says:

    niet-doen is niet hetzelfde als lassez-faire
    waar gaat het wel over? het gaat over niet-doen in volledige aandacht.
    zie onderstaande citaat van Carlos Castaneda.
    hartelijke groeten, Ronald

    “All of us, whether or not we are warriors, have a cubic centimeter of chance that pops out in front of our eyes from time to time.
    The difference between an average man and a warrior is that the warrior is aware of this, and one of his tasks is to be alert, deliberately waiting, so that when his cubic centimeter pops out he has the necessary speed, the prowess, to pick it up.”

    Beantwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


+ 7 = tien

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>